Verkennen van eigen mogelijkheden als leerling binnen STW.
Omschrijven van de welzijnszorg, de gezondheidszorg en de educatieve sector in functie van studiekeuze.
Verduidelijken van leerprocessen.
Passend communiceren in verschillende situaties.
Waarnemen en observeren van menselijk gedrag en interacties.
Omgaan met rechten en plichten als jongere.
Verkennen en illustreren van de diversiteit tussen mensen.
Natuurwetenschappen
Het vak natuurwetenschappen gaat uit van een geïntegreerde aanpak van fysica, chemie en biologie en de daarbij behorende laboratoriumoefeningen. Door deze aanpak zien de leerlingen beter de samenhang tussen de verschillende wetenschappelijke vakken.
De leerlingen zullen door het ‘Materiemodel’ beter de link maken tussen chemische en fysische verschijnselen.
In het onderdeel ‘Classificatie’ worden zowel biologische als chemische classificatiesystemen bestudeerd en in ‘Zintuigen’ komt de integratie tussen biologie en fysica tot uiting.
Concrete situaties uit het dagelijks leven krijgen een wetenschappelijke verklaring. De aspecten ‘veiligheid’ en ‘milieu’ spelen een belangrijke rol in het vak.
Een terreinstudie bevordert het zelfstandig werk en het zoeken naar relaties tussen de vakken fysica, chemie en biologie.
Voeding
In dit vak leer je de basiscompetenties om binnen integrale opdrachten een maaltijd te plannen, voor te bereiden en te bereiden voor een doelgroep.
Je leert de basisprincipes en technieken i.v.m. de samenstelling van voedingsmiddelen, het verwerken en bewaren van voeding, het presenteren en samen eten.
Integrale opdrachten
Leerlingen krijgen vakoverschrijdende opdrachten die doordacht zijn voorbereid met het oog op competentieontwikkelend leren.
De vakken natuurwetenschappen, sociale wetenschappen en voeding worden in het integrale leren meegenomen. Ook expressie, in de meest ruime zin, speelt een fundamentele rol in het studieprofiel van STW. Bij het organiseren van een activiteit voor een doelgroep en het leren presenteren komen immers vele vormen van ‘zich uitdrukken’ (= expressie) aan bod: creatief omgaan met beeld, woord en drama, dans en muziek.
Bij een integrale opdracht wordt de geschreven opdracht (opdrachtbrief) bij de aanvang toegelicht. Het probleem wordt eerst geanalyseerd, er wordtachtergrondkennis verzameld, er worden plannen geformuleerd en ten slotte wordt het eindproduct (maaltijd, activiteit, dienst, analyse van onderzoek, …) gerealiseerd.
Binnen dit proces zijn het zich inleven, het brainstormen, het onderzoeken, het toelichten en het reflecteren essentieel. De leerlingen worden aangesproken op hun kritische zin, creativiteit en probleemoplossend vermogen. Achteraf volgt telkens een zelfreflectie.
Leerkrachten bieden hulp en ondersteuning bij de uitvoering van de opdrachten. Toch worden de leerlingen gestimuleerd in het zelfstandig lezen van opdrachtbrieven en uitwerken van integrale opdrachten.